| BIJGELOVEN EN FEITEN
In de hele geschiedenis, heeft de mens met succes aan vele schijnbaar
hardnekkige problemen het hoofd geboden. Maar de dood is onontkoombaar
gebleven. Iedereen die op deze aarde verschijnt, wanneer dan ook, is voorbestemd
om te sterven. De mens leeft slechts tot een bepaalde dag en sterft dan.
Sommigen sterven zeer jong, terwijl zij nog babies zijn. Anderen gaan
door alle fasen van het leven en ontmoeten de dood in hun latere jaren.
Niets wat een mens bezit, noch eigendommen, succes, status, bekendheid,
pracht, vertrouwen, noch schoonheid kunnen de dood afweren. Alle mensen
zijn zonder uitzondering hulpeloos tegen de dood en zij zullen zo blijven.
De meerderheid van de mensen vermijdt het om over de dood na te denken.
Het komt nooit in hen op dat dit absolute einde hen op een dag zal overkomen.
Zij herbergen de bijgelovige overtuiging dat als zij de gedachte ervan
vermijden, dit hen immuun voor de dood zal maken. In dagelijkse gesprekken,
worden degenen die van plan zijn om over de dood te spreken abrupt onderbroken.
Degene die over de dood begint te spreken, opzettelijk of niet, herinnert
anderen aan een teken van God en zelfs als deze slechts van een zeer lichte
aard is, verwijdert dit de dikke wolk van onachtzaamheid die de ogen van
de mensen bedekt. Desalniettemin voelt een meerderheid van mensen die
een onverschilige manier van leven leiden, zich ongemakkelijk wanneer
dergelijke "verontrustende" feiten aan hen worden voorgesteld. Maar toch,
hoe meer zij proberen om aan de gedachte van dood te ontsnappen, des te
meer zal het ogenblik van de dood hen obsederen. Hun wat-kan-mij-het-schelen
houding zal de intensiteit van de verschrikking en de verbijstering bepalen
die zij op het ogenblik van de dood, op de dag des oordeels en tijdens
de eeuwige kwelling ervaren.
De tijd werkt de mens tegen. Heeft u ooit van een mens vergehoord die
zich tegen het verouderen en de dood heeft verzet? Of, kent u iemand die
niet zal sterven? Dit is vrij onwaarschijnlijk! Onwaarschijnlijk omdat
de mens hoe dan ook geen invloed heeft op zijn lichaam of op zijn eigen
leven. Dat hij zelf niet over zijn geboorte heeft besloten maakt dit feit
duidelijk. Ander bewijsmateriaal is de wanhoop tijdens de ontmoeting met
de dood. De eigenaar van het leven is Degene Die het aan de mens verleent.
En wanneer Hij wilt, neemt Hij het terug. God, de Eigenaar van het leven,
informeert de mens hierover in het vers dat hij aan Zijn Profeet heeft
geopenbaard:
En Wij hebben geen mens voor jou onsterfelijkheid
gegeven. En als jij zou sterven, zouden zij dan eeuwig leven? (Surah al-Anbiya
': 34)
Op dit ogenblik, leven er miljoenen mensen op de wereld. Hieruit concluderen
wij dat er talloze mensen zijn verschenen en overleden sinds de schepping
van de eerste mens op aarde. Zij zijn allen gestorven zonder uitzondering.
De dood is een zeker einde: zowel voor mensen in het verleden als voor
de momenteel levende. Niemand kan dit onvermijdelijke eind vermijden.
Zoals de Qur'an het weergeeft:
Elke ziel zal de dood ondergaan. En voorzeker zal
u op de Dag der Opstanding uw beloning ten volle worden uitbetaald. Wie
daarom van het Vuur wordt verwijderd en de Hemel binnengelaten, heeft
inderdaad zijn doel bereikt. Het leven dezer wereld is niets dan een middel
tot bedrog. (Surah Al ` Imran: 185)
De veronderstelling dat de Dood Toeval of Pech is
De dood komt niet toevallig voor. Zoals dit het geval is met alle andere
incidenten, gebeurt het door God's besluit. Net zoals de geboortedatum
van een mens voorbestemd is, zo ook de datum van zijn overlijden tot op
de allerlaatste seconde. De mens haast zich naar dat laatste ogenblik,
ieder uur snel achter zich latend, elke minuut die aan hem wordt verleend.
De dood van iedereen, de plaats en tijd, evenals de manier waarop iemand
sterft, zijn allemaal voorbestemd. Desondanks, veronderstelt de meerderheid
van de mensen dat de dood het laatste punt van een logische opeenvolging
van gebeurtenissen is, terwijl de daadwerkelijke redenen slechts bij God
bekend zijn. Iedere dag verschijnen er rouwberichten in kranten. Na het
lezen van deze verhalen, hoort u waarschijnlijk onwetende commentaren
zoals: "Hij had gered kunnen worden, als de nodige voorzorgsmaatregelen
genomen waren", of "hij zou niet dood gegaan zijn, als zus en zo was gebeurd."
Geen minuut langer of minder kan een persoon leven, behalve de tijd die
voor hem wordt bepaald. Mensen die ver verwijderd zijn van het bewustzijn
dat door geloof wordt verleend, bekijken de dood als een component van
een opeenvolging van toevalligheden. In de Qur'an, waarschuwt God gelovigen
voor deze vervormde reden, die typerend voor ongelovigen is:
O gij die gelooft, weest niet als de ongelovigen
die over hun broeders, wanneer zij door het land reizen of ten strijde
trekken, zeggen: "Waren zij bij ons gebleven, zij zouden niet zijn gestorven
of gedood; opdat God dit tot een oorzaak van wroeging in hun (der ongelovigen)
hart moge maken. Allah geeft leven en veroorzaakt de dood; God ziet, wat
gij doet (Surah Al ` Imran: 156)
Het veronderstellen dat de dood toeval is, is zuivere onwetendheid en
onvoorzichtigheid. Zoals het vers hierboven suggereert, geeft dit grote
geestelijke angst en onweerstaanbare problemen aan de mens. Voor ongelovigen
of diegenen die er niet in slagen geloof te hebben in de Qur'anische betekenis,
is het verliezen van een verwant of geliefde een oorzaak van angst en
spijt. Door de dood toe te schrijven aan pech of achteloosheid, denken
zij dat er enige speling zou kunnen zijn om de dood te vermijden. Dit
is de reden welke in feite hun zorg en spijt vergroot. Deze rouw en spijt
is echter niets anders dan de kwelling van ongeloof. Desalniettemin, is
de doodsoorzaak noch een ongeval, noch een ziekte noch iets anders, in
tegenstelling tot de ontvangen wijsheid. Het is zeker God Die al deze
oorzaken creëert. Zodra de tijd die aan ons is gegegeven eindigt, eindigt
ons leven vanwege deze duidelijke redenen. Ondertussen, zal geen van de
materiële middelen die eraan toegewijd zijn om iemand van de dood te redden
leven geven. God onderstreept deze goddelijke wet in het volgende vers:
Geen ziel kan sterven zonder Allah's toestemming,
daar de tijd is vastgesteld (Surah Al ` Imran: 145).
De gelovige is zich bewust van de tijdelijke aard van het leven van deze
wereld. Hij weet dat onze Heer, Die hem al zijn zegeningen gaf waarvan
hij in deze wereld van heeft genoten, zijn ziel neemt wanneer Hij dat
wilt en hem roept om rekenschap over zijn daden te geven. Aangezien hij
echter zijn volledige leven heeft doorgebracht om het goede genoegen van
God te verdienen, maakt hij zich niet ongerust over zijn dood. Onze Profeet
Mohammed (vrede zij met hem) verwees ook naar deze goede eigenschap in
één van zijn gebeden:
Jabir ibn Abdullah vertelde, "toen de Boodschapper
van God (vrede zij met hem) het gebed begon reciteerde hij: God is het
Grootst; vervolgens zij hij: Voorwaar mijn gebed, mijn offers, mijn
leven en mijn dood zijn voor God, Heer der werelden." (Al-Tirmidhi,
262)
Het Vervormde Begrip van het Lot
De mensen onderhouden vele misvattingen over het lot, vooral wanneer
de dood aan de orde is. De onzinnige ideeën, b.v. dat men "zijn lot kan
verslaan” of "zijn lot kan veranderen" zijn overheersend. Denkend dat
hun verwachtingen en veronderstellingen voorbestemd zijn, geloven sommige
onintelligente en onwetende mensen dat het lot verandert wanneer gebeurtenissen
niet te werk gaan zoals zij voorzien of voorspellen. Zij nemen een onverstandige
houding aan en handelen alsof zij het lot vooraf hebben gelezen en dat
de gebeurtenissen niet te werk zijn gegaan overeenkomstig wat zij gelezen
hebben. Een dergelijke vervormde en tegenstrijdige reden is zeker het
product van een beperkte geest, verstoken van een adequaat inzicht in
het lot. Het lot is God’s perfecte schepping van alle afgelopen en toekomstige
gebeurtenissen tot in de oneindigheid. God is Degene Die de concepten
tijd en ruimte uit het niets creëert, Die tijd en ruimte onder Zijn controle
houdt en Die niet aan hen is gebonden. De opeenvolging van gebeurtenissen
die ervaren werd in het verleden of die zal worden ervaren in de toekomst,
wordt per ogenblik gepland en gecreeërd door God.
God creëert de tijd, dus wordt hij er niet door beperkt. Derhalve is
het onwaarschijnlijk dat Hij de gebeurtenissen volgt die Hij zelf heeft
gecreeërd, samen met degenen die Hij heeft gecreeërd. In deze context
is het niet nodig om te zeggen dat God er niet op wacht om te zien hoe
de gebeurtenissen eindigen. Vanuit Zijn oogpunt zijn zowel het begin als
het einde van een gebeurtenis duidelijk. Op dezelfde manier is er geen
twijfel over waar deze gebeurtenis gelegen is in het vliegtuig der eeuwigheid.
Alles heeft reeds plaatsgevonden en is geëindigd. Dit is vergelijkbaar
aan de beelden op een filmband; net zoals de beelden van een film geen
invloed op de film kunnen uitoefenen en het veranderen, kunnen de mensen
die hun individuele rollen in het leven spelen de stroom van gebeurtenissen
niet beïnvloeden die op de lot-band worden geregistreerd. De mensen hebben
geen enkele invloed op het lot. Juist het tegendeel is waar, het is het
lot dat de bepalende factor in het leven van de mensen is. De mens, een
absoluut component van het lot, is hier niet afzonderlijk en onafhankelijk
van. De mens kan niet verdergaan dan de grenzen van het lot, laat staan
het lot veranderen. Voor een beter begrip kunnen we een parallel tussen
een mens en een acteur in een film trekken. De acteur van de film kan
er niet tussen uit knijpen, een fysiek bestaan verwerven en veranderingen
in de film beginnen te maken door ongunstige scènes te schrappen of door
enkele nieuwe toe te voegen. Dit zou zeker een irrationele suggestie zijn.
Derhalve zijn de begrippen om de voorbestemming te verslaan of de stroom
van gebeurtenissen een andere wending te geven louter denkfouten. Wie
zegt, "Ik versloeg mijn lot", bedriegt slechts zichzelf-en het feit dat
hij dit doet is een kwestie van zijn lot. Een persoon kan dagenlang in
coma blijven. Het kan onwaarschijnlijk lijken dat hij zal bijkomen. Maar
als hij toch herstelt, betekent dit niet dat "hij zijn lot versloeg" of
de "artsen zijn lot veranderden." Dit is slechts een aanwijzing dat zijn
tijd nog niet voorbij is. Zijn herstel is niets dan een component van
zijn eigen onvermijdelijk lot. Zijn lot is als dat van alle andere menselijke
wezens die door God worden bepaald.
... En de leeftijd van iemand wordt niet verlengd,
en zijn leeftijd wordt niet verkort, of het staat in het Boek vermeld.
Voorwaar, dat is gemakkelijk voor God. (Surah al-Fatir: 11)
Onze Profeet (vrede zij met hem) zei het volgende tegen een gelovige,
die tot God bad om haar in staat te stellen voordeel uit haar geliefden
te verkrijgen: Jij hebt God gevraagd over de duur van het leven hetgeen
reeds bepaald is, en over de lengte van de reeds toegewezen dagen en voorzieningen
en waarvan het aandeel is bepaald. God zou niets eerder doen dan op de
gepaste tijd, of Hij zou niets uitstellen tot na de gepaste tijd. (Boek
33, Nummer 6438, Sahih Moslim) Dergelijke incidenten zijn de middelen
waarmee God aan de mens de eindeloze intelligentie, wijsheid, verscheidenheid
laat zien en de zegeningen die inherent zijn aan Zijn schepping en de
manier waarop Hij de mens test. Dergelijke verscheidenheid vergroot de
waardering, verbazing en uiteindelijk het geloof van mensen. Bij ongelovigen
veroorzaken zij echter sensaties ergens tussen onzekerheid, verbazing
en perversie in, die hen ten gevolge van hun onwetende mentaliteit, een
opstandige houding doet aannemen ten opzichte van God. Ondertussen, zorgt
de bewustwording van dergelijke onachtzame vooruitzichten door de ongelovigen
ervoor, dat de gelovigen zich meer dankbaarder jegens God voelen voor
het hen toestaan om geloof en wijsheid te hebben, hetgeen hen superieur
maakt aan de ongelovigen.
Volgens een ander stuk ontvangen wijsheid, is de dood van een persoon
die in zijn tachtiger jaren sterft "het lot" terwijl de dood van een baby,
een mens van jonge of middelbare leeftijd een "ontzettende gebeurtenis"
is. Door de dood als een natuurlijk fenomeen te kunnen aanvaarden, proberen
zij om de dood passend te maken aan door hun bepaalde criteria. Na een
lange en hevige ziekte, lijkt de dood aldus aanvaardbaar te zijn, terwijl
de dood door een plotselinge ziekte of ongeval een ongelegen ramp is!
Dat is waarom zij vaak de dood in een opstandige geest ontmoeten. Een
dergelijke houding is een duidelijk teken van het te zijn beroofd van
een ultiem geloof in het lot, en derhalve in God. Degenen die een dergelijk
gemoedstoestand koesteren zullen worden veroordeeld om in constante zorg
en onrust in dit leven te leven. Dit is eigenlijk het begin van de eeuwige
kwelling die uit ongelovigheid voortvloeit.
Het Geloof in Reïncarnatie
Eén van de gemeenschappelijke irrationele geloven van mensen over de
dood, is dat de "reïncarnatie" een mogelijkheid is. Reïncarnatie betekent
dat na de fysieke dood van het lichaam, de ziel transmigreert naar of
opnieuw wordt geboren in een ander lichaam met een afzonderlijke identiteit
in een verschillende tijd en een plaats. Onlangs is het een vervormde
beweging geworden die vele aanhangers aantrekt onder ongelovigen en aanhangers
van bijgeloven.
In technische termen zijn de redenen waarom dergelijke bijgeloven steun
ontvangen-op basis van geen enkel concreet bewijsmateriaal- de zorgen
die ongelovigen mensen onbewust herbergen. Geen geloof hebbend in het
Hiernamaals, zijn de mensen bang om na dood tot onbeduidendheid te worden
teruggebracht. Diegenen met een slecht geloof, voelen zich enerzijds ongemakkelijk
over de gedachte naar de hel verzonden te worden, aangezien zij zich bewust
zijn, of het minstens als een mogelijkheid beschouwen, dat God’s rechtvaardigheid
straf voor hen met zich meebrengt. Voor beiden, klinkt echter het idee
van de wedergeboorte van de ziel in andere lichamen in diverse tijden
uiterst verleidelijk. Aldus slagen bepaalde kringen die dit vervormde
geloof exploiteren erin om mensen in deze denkfout te laten geloven met
behulp van beetje reclame. Dat hun aanhangers geen verder bewijsmateriaal
eisen, moedigt de inspanningen van deze opportunisten aan.
Helaas vindt een dergelijk vervormd geloof ook aanhangers in Moslim kringen.
Dit zijn meestal het soort Moslims die ernaar verlangen om een intellectueel
en liberaal zelf-beeld te belichamen. Er is een andere ernstige dimensie
bij deze kwestie die vermelding verdient; dergelijke mensen streven ernaar
om hun meningen met behulp van Qur'anische verzen te bevestigen. Daartoe,
vervormen zij de expliciete betekenissen van de verzen en vervaardigen
hun eigen Qur’anische interpretaties. Onze bedoeling is om hier te benadrukken
dat dit vervormde geloof geheel in strijd is met de Qur'an en de Islam
en geheel tegenstrijdig is aan de verzen van de Qur'an, welke absoluut
nauwkeurig zijn. Deze kringen beweren dat er een aantal verzen in Qur'an
zijn die hun vervormde meningen bevestigen. Eén van deze verzen is de
volgende: Zij zullen zeggen, ` Onze Heer, tweemaal
bewoog u ons ertoe om te sterven en tweemaal gaf u ons het leven. Wij
erkennen onze verkeerde acties. Is daarom geen uitweg?' (Surah al-Mu'min
(40): 11)
Op basis van dit vers, beweren de mensen die in reïncarnatie geloven
het volgende: de mens wordt een nieuw leven gegeven nadat hij in dit leven
enige tijd heeft geleefd en sterft. Dit is de tweede keer dat hij tot
stand komt en tevens de periode waarin zijn ziel zijn ontwikkeling voltooit.
Na de tweede dood na dit tweede leven, beweren zij, wordt de mens doen
herleefd in het Hiernamaals. Terwijl we onszelf afhouden van vooroordelen,
laten we dit vers analyseren: uit het vers, blijkt dat de mens twee stadia
van het leven en sterven ervaart. In deze context, is van een derde staat
van dood of in leven zijn geen sprake. Daar dit nu het geval is, komt
één vraag in de gedachten op: "Wat was de mens zijn aanvankelijke staat?
Dood of levend?" Wij vinden het antwoord op deze vraag in het volgende
vers:
Hoe kunt u God verwerpen? Gaf hij u het geen leven
toen u dood was en hij zal ertoe bewegen u niet om dan u het leven te
geven opnieuw te sterven en? Zult u niet aan hem uiteindelijk terugkeren?
(Surah al-Baqarah: 28)
Het vers heeft geen uitleg nodig; aanvankelijk is de mens dood. Met andere
woorden, ten gevolge van de eigenlijke aard van zijn schepping, wordt
hij oorspronkelijk samengesteld uit levenloze zaken zoals water, aarde,
enz., zoals de verzen ons informeren. Vervolgens maakte God deze hoop
van levenloze zaken levend, "creeërde en vormde" het. Dit is de eerste
dood en aldus het eerste opstaan uit de dood. Een tijdje na deze eerste
opstanding uit de dood, eindigt het leven en sterft de mens. Hij keert
opnieuw terug op aarde, net zoals in de eerste fase, en wordt tot onbeduidendheid
verminderd. Dit is de tweede overgang uit de staat van de dood. De tweede
en laatste gebeurtenis van het opstaan uit de dood, is die in het Hiernamaal
zal plaatsvinden. Aangezien dit het geval is, is er geen tweede verrijzenis
in het leven van deze wereld. Anders zou dit een derde verrijzenis vergen.
Er is echter in geen van de verzen een verwijzing naar een derde verrijzenis.
Zowel in Surah al-mu'min: 11, en Surah al-baqarah: 28, is er geen verwijzing
die de mogelijkheid van een tweede verrijzenis in het leven van deze wereld
voorstelt. Integendeel, deze verzen onthullen uitdrukkelijk het bestaan
van één verrijzenis in deze wereld en één in het Hiernamaals. Maar toch
stellen de aanhangers van reïncarnatie al hun hoop in deze twee verzen.
Zoals duidelijk is, geven enkel deze door de aanhangers van reïncarnatie
voorgestelde verzen het bewijsmateriaal al welke deze vervormde reden
weerlegt. Bovendien maken verscheidene andere verzen in de Qur'an duidelijk
dat er slechts één leven is waarbij de mens wordt getest en dat dit in
het leven van deze wereld is. Dat daar geen terugkeer is naar dit leven
na de dood, wordt verklaard in het volgende vers:
Totdat, wanneer de dood tot een van hen komt, hij
zal zeggen: “O mijn Heer, laat mij terugkeren. Hopelijk kan ik geode werken
verrichten voor wat ik nagelaten heb.” Zeker niet! Voorwaar, dit zijn
slechts woorden die hij spreekt en voor hen is een scjheiding tot de Dag
waarop zij opgewekt worden (Surah al-Mu'minun: 99-100)
De dialogen in het vers maken duidelijk dat er na de dood geen terugkeer
is naar in dit leven. Ondertussen vestigt God in dit vers onze aandacht
op het feit dat ongelovigen wanhopig hopen op een tweede herrijzing uit
de dood, een tweede terugkeer naar dit leven. Het vers verduidelijkt echter
dat dit enkel woorden zijn die door onbetrouwbare ongelovigen voorgesteld
worden. Dat de mensen van het Paradijs geen andere dood naast "de eerste"
dood zullen ervaren, wordt beschreven in het volgende vers:
Zij zullen daarin, na de eerste dood, geen dood
meer ondergaan, en Hij beschermt hen voor de bestraffing van de Hel. Als
een gunst van jouw Heer. Dat is de Grote Overwinning. (Surah ad-Dukhan:
56-57)
De grote zaligheid voor de mensen van het Paradijs wordt in een ander
vers beschreven. Deze zaligheid is toe te schrijven aan het feit dat zij
behalve de eerste geen andere dood zullen ervaren:
Zullen wij dan niet sterven? Naast ons eerste sterven?
En zullen wij niet worden bestraft? Voowaar, dat is zeker de Grote Overwinning!
(Surah as-Saffat: 58-60)
De bovengenoemde verzen laten geen ruimte voor verdere vragen. De conclusie
is; er is slechts één dood die de mens ervaart. In dit stadium kan de
volgende vraag ontstaan: "Ondanks de verwijzing naar twee sterfgevallen
in de voorgaande verzen, waarom is er slechts één dood genoemd in Surah
as-saffat: 58?" Het antwoord op deze vraag wordt gegeven in het 56ste
vers van Surah ad-dukhan, dat zegt: "Zij zullen daar geen enkele dood
proeven - behalve de eerste". Er is namelijk één en slechts één dood die
de mens bewust ondergaat. Hij ondergaat het en neemt het waar met al zijn
zintuigen. Dit is de dood die men ondervindt op het ogenblik dat zijn
leven eindigt. Hij kan zeker niet de allereerste staat van de dood waarnemen
aangezien hij op dat ogenblik onthouden is van zintuigen en bewustzijn.
Ondanks dergelijke welomlijnde en duidelijke verklaringen zoals de Qur'an
die brengt, zou het volhouden dat er meer sterfgevallen en stadia van
het herrijzen uit de dood en het eveneens volhouden dat er transmigratie
van de ziel is, een openlijke ontkenning van de Qur'anische verzen zijn.
Aan de andere kant, als God in dit leven een systeem gecreeërd had dat
op reïncarnatie wordt gebaseerd, dan zou hij de mens hierover absoluut
geïnformeerd hebben in de Qur’an, welke de enige gids voor de ware weg
voor de mensheid is. Als dit het geval was geweest, zou God zeker een
gedetailleerde verklaring over alle fasen van reïncarnatie verstrekt hebben.
Er is echter, in de Qur'an, welke elk soort informatie met betrekking
tot het leven en het volgende leven van gelovigen verstrekt, geen één
enkele zinspeling over reïncarnatie, laat staan een directe verwijzing
ernaar.
DE SLUIER VAN ONACHTZAAMHEID
Innerlijk is de mens egoïstisch; hij is uiterst gevoelig voor kwesties
met betrekking tot zijn eigen belangen. Ironisch genoeg, toont hij zich
onverschillig jegens de dood, welke een kwestie van opperst belang zou
moeten zijn. In de Qur'an wordt deze gemoedstoestand van "hen die zich
niet stevig aan het Geloof vasthouden" door God in één woord beschreven:
"onachtzaamheid". De betekenis van onachtzaamheid is een tekort van een
volledig begrip van feiten als gevolg van het vertroebelen van het bewustzijn
of zelfs totale onwetendheid en het resulterende gebrek om tot correcte
oordelen te komen en relevante reacties te geven. Een voorbeeld hiervan
wordt in het volgende vers gegeven:
Voor de mensen is de afrekening dichterbij gekomen
en toch wenden zij zich in achteloosheid af. (Surah al-Anbiya ': 1)
Mensen zijn er zeker van dat wie door een fatale of ongeneeslijke ziekte
wordt getroffen, zal sterven. Maar toch zullen, niet anders dan deze patiënt,
deze mensen die dergelijke gevoelens van zekerheid herbergen, ook sterven.
Dat dit ergens in de toekomst of zeer spoedig zal gebeuren verandert dit
feit niet. Vaak verduistert onachtzaamheid deze waarheid. Bijvoorbeeld,
het is hoogst waarschijnlijk dat iemand die getroffen is door het HIV-virus
in de nabije toekomst zal sterven. Maar toch blijft het feit dat het ook
hoogst waarschijnlijk is - de waarheid is dat dit zeker is-dat een krachtig
persoon nabij hem op een dag zal sterven. Misschien zal de dood veel eerder
tot hem komen alvorens het tot die "HIV-getroffen patiënt" komt. Dit zal
meest waarschijnlijk op een onverwacht moment zijn. Familieleden treuren
over patiënten die op hun sterftebed liggen. Maar toch treuren zij nauwelijks
over zichzelf, die absoluut op een dag zullen sterven. Echter, gezien
de zekerheid van deze gebeurtenis, zou de reactie niet moeten variëren
afhankelijk of het binnenkort of op een later tijdstip voorkomt. Als,
oog in oog met de dood, het verdriet de juiste te geven reactie is, dan
zou iedereen onmiddellijk moeten beginnen voor zichzelf of voor een ander
te treuren. Of hij zou zijn verdriet moeten overwinnen en ernaar streven
om een dieper inzicht in de dood te hebben.
Hiertoe zal het op de hoogte zijn van de redenen van onachtzaamheid nuttig
zijn.
Oorzaken van onachtzaamheid
- Een Gebrek aan Intelligentie: De meerderheid van de individuen die de
maatschappij vormen is niet gewend om na te denken over ernstige kwesties.
Door onachtzaamheid een manier van leven te maken, verontrusten zij zich
niet over de dood. Alle wereldse problemen die zij niet weten op te lossen,
houden hun gedachtes voortdurend bezet. De onbelangrijke kwesties, die reeds
hun beperkte gedachtes “verstoppen”, staan hen niet toe om ernstig na te
denken over ernstige kwesties. Aldus brengen zij hun leven doelloos door,
rondzwalkend in de dagelijkse stroom van gebeurtenissen. Ondertussen, bij
de dood van iemand, of wanneer de gesprekken uitdraaien op het onderwerp
de dood, halen zij troost uit uitgeflapte uitdrukkingen en vermijden eenvoudig
het onderwerp. Zij zijn mensen van beperkte geest die er onbeduidende bekrompen
gedachtes op na houden.
De Ingewikkeldheid en Helderheid van het Leven: Het leven gaat zeer snel voorbij
en het is aanlokkelijk levendig. Bij gebrek aan uitzonderlijke geestelijke
inspanning, zal de mens waarschijnlijk geen aandacht voor de dood hebben,
hetgeen bestemd is om hem vroeg of laat te overkomen. Geen geloof hebbend
in God, is hij te ver verwijderd van concepten zoals lot, vertrouwen stellen
op God en onderwerping aan Hem. Vanaf het ogenblik dat hij zich van materiële
behoeften bewust wordt, streeft hij ernaar om zeker te zijn van een goed
leven. Een dergelijke persoon poogt zelfs niet om de dood te vermijden,
omdat hij reeds in beslag genomen is door wereldse zorgen. Hij achtervolgt
constant nieuwe plannen, belangen en doelstellingen en op een dag, onvoorspelbaar
en daarom zonder voorbereiding, ziet hij de werkelijkheid van de dood
onder ogen. Dan heeft hij spijt en wil naar het leven terugkeren, maar
dit zonder baten.
- Het Bedrog van de Bevolkingtoename: Eén van de redenen voor onachtzaamheid
is het telkens terugkeren van geboorten. De wereldbevolking blijft toenemen;
het neemt nooit af. Eenmaal getrokken in de spiraal van het leven, kan
de mens, wegens misvattingen, echter geloven in aanlokkelijke maar volkomen
denkbeeldige begrippen zoals "geboorten vervangt sterfgevallen", waardoor
er een evenwicht van de populatie gehandhaafd wordt. Een dergelijke reden
maakt voorwaarden rijp voor de vorming van een onachtzaam vooruitzicht
op de dood. Als er echter van nu af aan nooit geen geboorten meer zouden
plaatsvinden in de wereld, dan zouden wij de ene na andere sterfgevallen
waarnemen en dientengevolge, een afnemende wereldbevolking. Dan zou de
verschrikking van de dood beginnen te worden gevoeld. De mens zou één
voor één de verdwijning van die mensen zien die hem omgeven en zou zich
realiseren dat het onvermijdelijke eind hem eveneens zou treffen. Dit
is gelijk aan wat diegenen voelen die veroordeeld zijn tot de doodstraf,
in afwachting van de volstrekking van het vonnis. Elke dag getuigen zij
van één of twee mensen die voor executie worden meegenomen. Het aantal
mensen in de cellen vermindert gestaag. De jaren gaan voorbij, maar toch
gaan diegenen die nog steeds in leven zijn iedere dag slapen in een staat
van angst, zich afvragen of het de volgende dag hun beurt zou zijn. Nooit
falen zij om de dood te herinneren, geen seconde.
- Ironisch genoeg is de daadwerkelijke situatie niet verschillend van
het eerder genoemde voorbeeld. De pasgeborenen hebben geen enkel effect
op degenen die bestemd zijn om te sterven. Dit is slechts een psychologische
misvatting. De bewoners van de wereld die 150 jaar geleden leefden zijn
er vandaag de dag niet meer. De volgende generaties redden hen niet van
dood. Eveneens zullen degenen die momenteel leven over 100 jaar met een
paar uitzonderingen, niet in leven zijn. Dat is omdat de wereld geen permanente
plaats voor de mens is.
Methodes van Zelf-Bedrog
Behalve de redenen die ons niks doen aantrekken van de dood en ons in
onachtzaamheid werpen, zijn er ook bepaalde defensiemechanismen die de
mensen aanwenden om zichzelf te bedriegen. Deze mechanismen, waarvan enkelen
hieronder worden genoemd, verlagen de mens tot het niveau van een struisvogel
die zijn kop in het zand steekt om een onaangename situatie te vermijden.
- Het uitstellen van het denken aan de dood tot de laatste jaren van
het leven: mensen nemen over het algemeen aan dat zij tot halverwege hun
zestiger of zeventiger jaren zullen leven. Dit verklaart waarom over het
algemeen mensen van jonge en middelbare leeftijd dit defensiemechanisme
aanwenden. Met dergelijke berekeningen in gedachten, stellen zij het denken
aan dergelijke "sombere" kwesties tot de laatstgenoemde jaren van hun
leven uit. In hun jeugd-of hun bloeitijd- willen zij hun gedachten niet
met "deprimerende" kwesties "vertroebelen". De laatstgenoemde jaren zijn
qua tijd onvermijdelijk wanneer men niet het beste uit het leven kan halen
en deze periode wordt door vele mensen als de meest aangewezen fase verondersteld
om naarstig over de dood te denken en om te worden voorbereid op het volgende
leven. Dit geeft ook geestelijke hulp, aangezien het een betekenis verstrekt
voor het iets doen voor het Hiernamaals.
Desalniettemin, is het duidelijk dat het maken van een dergelijke lange
termijn en niet beslissende plannen geen steek houdt voor diegene waarvoor
zelf de volgende adem niet gewaarborgd is. Elke dag ziet hij vele mensen
van zijn leeftijd, of zelfs jonger, sterven. Overlijdensberichten vormen
een aanzienlijk deel van dagelijkse kranten. Elk uur melden televisiekanalen
nieuws over sterfgevallen. Vaak is de mens getuige van de dood van mensen
uit zijn omgeving. Maar toch denkt hij er weinig over na dat de mensen
rondom hem ook van zijn eigen dood zullen getuigen of hierover in de krant
zullen lezen. Aan de andere kant, zelfs al zou hij voor een zeer lange
tijd leven, zal er niets in zijn leven veranderen, aangezien zijn mentaliteit
hetzelfde zal blijven. Totdat hij werkelijk de dood onder ogen ziet, stelt
hij het denken over de dood slechts uit.
- Veronderstellend dat men "zijn straf inde Hel slechts uitzit" voor
een bepaalde periode zal zijn: Deze mening, die in de maatschappij overheerst,
is niets anders dan bijgeloof. Toch is het geen geloof dat zijn wortels
in de Qur'an heeft. In geen deel van de Qur'an vinden wij welke verwijzing
dan ook naar "het uitzitten van zijn straf" in de hel voor een bepaalde
tijd en vervolgens worden vergeven. Integendeel, in alle relevante verzen
is er een specifieke vermelding van de scheiding van de gelovigen en de
ongelovigen op de Dag des Oordeels. Opnieuw weten wij van de Qur'an dat
de gelovigen in het Paradijs zullen blijven, terwijl de ongelovigen in
de hel zullen worden geworpen, waar zij aan een eeuwige kwelling zullen
lijden:
En zij zeiden: “De Hel zal ons niet aanraken, behalve
een beprkt aantal dagen.” Zeg (O Muhammad): “hebben jullie een belofte
van Allah ontvangen? Dan zal Allah Zijn belofte niet verbreken. Of zeggen
jullie over Allah iets jullie niet weten”. Welzeker, degenen die slechte
daden verrichten, en door hun zonden omsloten zijn, diegenen dan, zijn
de bewoners van de Hel. Zij zijn daarin eeuwig levenden. Maar degenen
die geloven en goede werken verrichten, zij zijn degenen die de bewoners
van het Paradijs zijn. Zij zijn daarin eeuwig levenden.. (Surah al-Baqarah:
80-82)
Een ander vers benadrukt hetzelfde punt:
Dat is omdat zij zeggen: “Het vuur zal ons niet
aanraken, behalve een vastgesteld aantal dagen.” Want zij weren in hun
godsdienst bedrogen door wat zij plachten te verzinnen. (Surah Al ` Imran:
24)
De hel is een plaats van onvoorstelbare kwelling. Derhalve zou, zelfs
al zou het verblijven in de hel slechts voor een bepaalde tijd mogelijk
zijn, een mens van geweten nooit toestemmen om dat lijden te ondergaan.
De hel is de plaats waar de attributen van God, al-jabbar (De Onweerstaanbare)
en al-qahhar (De Onderwerper) tot in de uiterste mate worden vertoond.
De kwelling in de hel is onvergelijkbaar met welke pijn in de wereld dan
ook. Een persoon die zelfs een brandwond op zijn vinger niet kan verdragen
en die beweert dat hij dergelijke marteling gemakkelijk kan ondergaan,
toont slechts zwakke geestelijke gesteldheid aan. Een persoon die bovendien
door de Toorn van God geen angst voelt, slaagt er niet in om God de gepaste
achting te geven. Een dergelijk persoon, volledig beroofd van geloof,
is een slecht mens die zelfs geen vermelding verdient.
- Denkend "ik verdien het Paradijs reeds": Er is ook een groep die zich
onder de mensen van het Paradijs veronderstelt. Door zich bezig te houden
met wat minder belangrijke daden die zij hebben als goede daden achten
en het vermijden van sommige slechte daden, denken zij rijp te zijn voor
het binnengaan van de hemel. Gedompeld in bijgeloof en ketterijen verkondigend
die zij met godsdienst associëren, hangen deze mensen eigenlijk een geloof
aan dat volledig van dat van de Qur'an is gescheiden. Zij stellen zich
als ware gelovigen voor. De Qur'an classifiseert hen echter onder diegenen
die partners aan God toeschrijven:
En geef hun de gelijkenis der twee mannen. Voor
een hunner maakten Wij twee wijngaarden, omgeven met dadelpalmen en daartussen
legden Wij korenvelden. Elk der tuinen bracht vruchten voort en bleef
niet in gebreke. En door beide deden Wij rivieren stromen. En hij had
overvloed,en zeide tijdens een gesprek tot zijn gezel: "Ik ben rijker
dan gij, aan bezit en in getal." En hij ging zijn tuin binnen, terwijl
hij onrechtvaardig was tegenover zichzelf. Hij zeide: "Ik denk niet, dat
dit ooit zal vergaan." "Noch denk ik dat het Uur zal komen. Indien ik
tot mijn Heer word teruggebracht, zal ik voorzeker een betere plaats vinden
dan dit." Zijn gezel redetwistte en zeide: "Gelooft gij niet in Hem, Die
u schiep uit stof, daarna uit een levenskiem en u dan vormde tot een volledig
mens?" "Wat mij betreft, het is Allah Die mijn Heer is, ik zal niemand
met mijn Heer vereenzelvigen." (Surah al-Kahf: 32-38)
Met de woorden, "Indien ik tot mijn Heer word gebracht", drukt de tuineigenaar
zijn gebrek aan correct geloof in God en het Hiernamaals uit en onthult
dientengevolge dat hij een afgodendienaar is die twijfels herbergt. Ondertussen
beweert hij dat hij een superieure gelovige is. Voorts voelt hij geen
twijfels dat God hem met het Paradijs zal belonen. Dit onbeschaamde en
inferieure karakter van de afgodendienaar is zeer gemeenschappelijk onder
mensen. Deze mensen weten diep van binnen dat zij vol bedrog zijn, maar
zodra zij hierover worden gevraagd, proberen zij om hun onschuld te bewijzen.
Zij beweren dat het opvolgen van de bevelen van de godsdienst niet zo
belangrijk is. Voorts proberen zij om zich vrij te spreken, door te beweren
dat de schijnbaar godsdienstige mensen die zij om hen heen zien, immoreel
en oneerlijk zijn. Zij proberen te bewijzen dat zij "goede mensen" zijn
door te verklaren dat zij niemand kwaad doen. Zij verklaren dat zij niet
aarzelen om geld aan bedelaars te geven, dat zij jarenlang eerlijk in
de openbare dienstverlening hebben gewerkt en dat dit de dingen zijn die
iemand een oprechte Moslim maken. Of zij weten het niet of zij doen simpelweg
alsof zij niet weten dat wat een mens een Moslim maakt, niet is om goed
met goed mensen om te gaan, maar dat hij een bediende van God is en Zijn
bevelen uitvoert. In een poging om hun vervormde Godsdienst te baseren
op een zekere soort van beredenering, onderschrijven zij aan bepaalde
denkfouten. Dit is eigenlijk typisch voor hun oneerlijkheid. Om hun eigen
leven als wettig te erkennen, zoeken zij toevlucht tot leuzen als: "De
beste vorm van aanbidding is werken" of "wat er toe doet is de oprechtheid
van het hart." In de woorden van de Qur'an, is dit enkel "het uitvinden
van leugens tegen God" en het verdient de straf van de eeuwige Hel. In
de Qur'an, beschrijft God de situatie van dergelijke mensen als volgt:
Zij trachten God en hen bedriegen die geloof hebben.
Zij bedriegen niemand maar zichzelf, terwijl zij het niet beseffen. (Surah
al-Baqarah: 9)
- Dubbel-standaard redenen: Soms wanneer de mensen over de dood nadenken,
veronderstellen zij dat zij voor alle eeuwigheid zullen verdwijnen. Een
dergelijk opschrikkend idee doet hen een ander defensiemechanisme ontwikkelen;
zij geven slechts half geloof aan het feit dat "er een eeuwig leven is
wat door God is beloofd". Een dergelijke conclusie wekt wat hoop in hen
op. Wanneer zij de verantwoordelijkheden van een gelovige aan zijn Schepper
overwegen, verkiezen zij het feit van het eeuwige leven volledig te negeren.
Zij troosten zichzelf denkende: "Toch zullen wij tot onbeduidendheid worden
verminderd, volledig ontbindend in de grond. Er is geen leven na de dood."
Een dergelijke veronderstelling onderdrukt alle vrees en zorgen, zoals
het verslag uitbrengen van zijn daden op de Dag des Oordeels of het lijden
in het helle vuur. In beide reeksen van omstandigheden, leiden zij hun
leven in onachtzaamheid tot het einde van hun dagen.
Het Gevolg van onachtzaamheid
Zoals wij in de voorgaande paragrafen hebben gezegd, roept de dood zolang
men leeft zichzelf onvermijdelijk tot onze aandacht. Deze herinneringen
blijken soms nuttig te zijn, daar het de mens ertoe aanzet om zijn prioriteiten
in het leven opnieuw te onderzoeken en zijn vooruitzichten in het algemeen
opnieuw te beoordelen. Maar er zijn andere tijden wanneer de bovengenoemde
defensiemechanismen het overnemen, en met elke voorbijgaande dag, wordt
de sluier van onachtzaamheid voor de ogen dikker. Als ongelovigen in een
kalmerende stemming op de dood wachten en een irrationeel gevoel van comfort
hebben, zelfs wanneer zij zich intens bewust zijn van zijn nadering in
de laatstgenoemde jaren van hun leven, is het omdat zij volledig in deze
sluier worden omhuld. Dat is omdat de dood voor hen kalmte en correcte
slaap, rustgevendheid en vrijpostigheid, en een eeuwige hulp impliceert.
Het tegendeel aan wat zij denken, God echter, Die elk wezen creëert uit
het niets en Die hen doet sterven en Die het leven aan alle schepselen
op de Dag des Oordeels zal geven, belooft hen eeuwig spijt en zorg. Zij
zullen ook dit feit waarnemen op het ogenblik van de dood, wanneer zij
veronderstellen dat zij naar een eeuwige slaap zullen gaan. Zij realiseren
zich dat de dood geen totale verdwijning is, maar het aanvankelijke ogenblik
van een nieuwe wereld vol van angst is. De angst aanjagende verschijning
van de engelen des doods is het eerste teken van deze grote kwelling:
En hoe (zal het zjin) wanneer de engelen bij de
dood hun ziel zullen nemen, hun aangezicht en hun rug treffend? (Surah
Muhammad: 27)
Op dit ogenblik, worden de pre-doodsarrogantie en onbeschaamdheid van
de ongelovigen verschrikking, spijt, wanhoop en eeuwige pijn. In de Qur'an,
wordt hier als volgt naar verwezen:
En zij zeggen: "Zullen wij, wanneer wij in de aarde
verloren zijn, opnieuw worden geschapen?" Neen, zij geloven niet in de
ontmoeting met hun Heer. Zeg: "De doodsengel, aan wie gij toevertrouwd
zijt, zal uw ziel nemen; dan zult gij tot uw Heer worden teruggebracht."
O, kondet gij het slechts zien wanneer de schuldigen hun hoofd zullen
buigen voor hun Heer, zeggende: "Onze Heer, wij hebben gezien en wij hebben
gehoord, zend ons nu terug opdat wij goede werken mogen verrichten; voorzeker
wij zijn thans overtuigd." (Surah as-Sajdah: 10-12)
Er is geen ontsnapping van de Dood
De dood komt, vooral op een vroege leeftijd, zelden in gedachten op.
Door dit als het einde te beschouwen, ontsnapt de mens zelfs aan de gedachte
ervan. Echter, net zoals fysiek vermijden geen genezing voor de dood verstrekt,
noch doet het vermijden van het denken erover. Bovendien is het onmogelijk
om de dood te negeren. Elke dag stellen kranten krantenkoppen op over
de sterfgevallen van zo vele mensen. U komt vaak lijkwagens tegen of komt
langs begraafplaatsen. Verwanten en vennoten sterven. Hun begrafenissen
of bezoeken om deelneming te betuigen, brengen onvermijdelijk de dood
tot gedachte. Aangezien men getuigt van de dood van anderen, en vooral
de dood van geliefden getuigt, denkt hij onvermijdelijk na over zijn eigen
eind. Deze gedachte kwetst hem diep binnenin, wat hem rusteloos maakt.
Het maakt niet uit hoe sterk het individu zich verzet, waarheen hij toevlucht
zoekt of hoe hij probeert te ontsnappen, hij kan zijn eigen dood eigenlijk
op elk ogenblik ontmoeten. Hij heeft geen andere keus. Voor hem is er
geen andere uitweg. Het aftellen houdt nooit op, zelfs niet voor een ogenblik.
Waar hij ook naar terugkeert, daar ontmoet de dood hem. De cirkel sluit
constant en haalt hem definitief in:
Zeg: "De dood waarvoor gij vlucht zal u zeker treffen.
Dan zult gij tot de Kenner van het onzichtbare en zichtbare teruggebracht
worden, en Hij zal u inlichten over hetgeen gij placht te doen." (Surah
al-Jumu`ah: 8)
Waar gij ook zijt, de dood zal u achterhalen, zelfs
al waart gij in sterk gebouwde vestingen. (Surah an-Nisa ': 78)
Dat is waarom wij moeten ophouden ons te bedriegen of feiten te negeren
en ernaar streven om het goede genoegen van God tijdens deze periode te
verdienen, die door Hem vooraf wordt bepaald. Alleen God weet wanneer
deze tijd voorbij zal zijn. Onze Profeet Mohammad (God’s vrede en zegeningen
zij met hem) zei ook dat één van de beste manieren om zijn geweten te
verhinderen van verharding, en een om goed karakter te bereiken, door
vaak aan de dood te denken is:
Abdullah ibn Umar verhaalt, "de bovengenoemde
Boodschapper van God (vrede zij met hem), ` Deze harten worden roestig
net zoals ijzer doet wanneer het door water aangetast is.' Waarop wordt
gevraagd wat hen kon ophelderen antwoordde hij, `een grote hoeveelheid
herinnering van de dood en recitatie van de Qur'an.' " (Al-Tirmidhi, 673) |